Er is een groeiende trend te zien waarbij steeds meer ondernemingen laadpalen laten installeren op hun terreinen of bij hun werknemers thuis. Welke regels dien je hierbij te volgen?
Bij het installeren van een laadpaal zijn er verschillende factoren om rekening mee te houden. Allereerst is de mobiliteitsbehoefte van je onderneming van groot belang. Het aantal kilometers dat je vloot dagelijks aflegt, de frequentie van het opladen en de gewenste laadsnelheid zijn allemaal cruciale overwegingen. Ook is het essentieel om te weten hoeveel voertuigen er (tegelijkertijd) moeten worden opgeladen en hoeveel ruimte je onderneming beschikbaar heeft voor een of meerdere voertuigen. Daarnaast moet je ook rekening houden met de mogelijkheden van de elektriciteitsaansluitingen en de aansluiting van het gebouw.
Bij een gedeeld gebouw heb je de keuze om de laadpalen achter de eigen meters te plaatsen of te kiezen voor een gemeenschappelijke laadinfrastructuur. Een ondoordachte plaatsing van laadpalen kan leiden tot overbelasting van de aansluitkabel van het gebouw.
Met een gemeenschappelijke laadinfrastructuur heb je meer mogelijkheden om met een hoger laadvermogen op te laden, omdat het aansluitvermogen van de gemeenschappelijke meter kan worden afgestemd op de mobiliteitsbehoeften. Via load balancing verdeel je de beschikbare elektriciteit over de verschillende voertuigen, zodat de energievraag binnen de bestaande capaciteit van de netaansluiting blijft. Dit maakt de uitbreiding van de infrastructuur minder ingrijpend en duur.
Ondergrondse parking
Er blijft tot op heden discussie bestaan over het plaatsen van laadpalen in ondergrondse parkings. Er zijn voor- en tegenstanders, en de onduidelijke wetgeving in België zorgt soms voor onzekerheid. Wat wel vaststaat: professionele laadpaalbedrijven stellen altijd de veiligheid voorop. Voorzorgsmaatregelen die laadpaalbedrijven en eindgebruikers kunnen nemen, verhogen de veiligheid van laadinfrastructuur in ondergrondse parkings. Het is echter belangrijk te benadrukken dat elektrische voertuigen statistisch gezien geen groter risico vormen dan voertuigen met een verbrandingsmotor.
Er geldt verschillende wet- en regelgeving in de gewesten, maar daarnaast zijn er enkele ‘best practices’ voor veilig opladen. Laadpalen zijn veiliger dan gewone laadkabels die je in het stopcontact steekt, omdat ze voorzien zijn van extra beveiliging en onderworpen worden aan een AREI-keuring. Een correcte installatie door gecertificeerde installateurs is daarbij essentieel. Aanvullend zijn extra veiligheidsmaatregelen zoals noodstoppen en koppelingen met brandcentrales aan te raden. Dit zorgt ervoor dat de brandweer bij een incident snel de elektriciteit kan afkoppelen. Hoewel het risico op brand door een elektrisch voertuig niet groter is, stellen sommige brandweerkorpsen toch extra eisen. Zo zijn er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest specifieke eisen rond brandveiligheid voor overdekte parkings.
Voor het plaatsen van laadpalen zijn in principe geen vergunningen nodig. Dit geldt zowel voor boven- als ondergrondse parkings en thuisinstallaties. De gemeente of de beheerder van de openbare ruimte kan evenwel voorwaarden stellen. Zo kan er om een veiligheidsadvies van de brandweer gevraagd worden, zeker bij grotere laadvoorzieningen zoals laadpleinen, zal dit het geval zijn. Het is raadzaam om bij twijfel contact op te nemen met de lokale overheid of brandweer om te verifiëren of er aanvullende eisen gelden voor de geplande installatie.
Nieuwbouw- en renovatieprojecten
Nieuwbouw- en renovatieprojecten in Vlaanderen moeten basislaadinfrastructuur voorzien vanaf respectievelijk twee (nieuwbouw) en tien parkeerplaatsen (ingrijpende renovatie). Voor bedrijven en andere niet-residentiële gebouwen gelden sinds 11 maart 2021 de volgende voorschriften:
- Nieuwbouwprojecten en grondige renovaties: bij projecten met meer dan tien parkeerplaatsen moeten er minimaal twee laadpunten worden geïnstalleerd. Daarnaast moet er ook voorbekabeling worden voorzien voor ten minste één op de vier parkeerplaatsen, zodat de toekomstige installatie van laadpunten gemakkelijker is. Bijvoorbeeld: als er twintig parkeerplaatsen bij een nieuwbouw zijn voorzien, dan moeten er minimaal twee laadpunten en de nodige bekabeling voor minimaal vijf extra parkeerplaatsen worden voorzien.
- Bestaande gebouwen: voor bestaande gebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen moeten er vanaf 1 januari 2025 minimaal twee laadpunten geïnstalleerd zijn. In de praktijk betekent dit dat elke parking van een onderneming of handelszaak met veel werknemers of bezoekers tegen 2025 over twee laadpalen moet beschikken.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden andere regels. Raadpleeg hiervoor hun gids rond elektrificatie voor bedrijven:
Als je één laadpunt wil installeren op een privéparkeerplaats van jouw bedrijf of werknemer, dan hoef je nergens expliciet toestemming te vragen. Je hebt echter wel meldingsplicht naar de syndicus en medehuurders toe, wanneer er sprake is van een gedeeld gebouw. Je moet hen altijd inlichten over de werken. Als huurder moet je ook steeds aan de eigenaar van het pand en/of de parkeerplaats toestemming vragen om een laadpaal te plaatsen.
Als je met andere mede-eigenaars overeenkomt om meerdere laadtoestellen te plaatsen in een laadnetwerk dat uitbreiding voor de rest van de parking mogelijk maakt, dan moet dit door de Vereniging van mede-eigenaars (VME) goedgekeurd worden. Hiervoor is een tweederde meerderheid nodig van de VME. Dit betekent ook dat de VME het plaatsen van een collectieve laadoplossing in een residentiële parking of gedeelde bedrijfsparking kan weigeren. Het is daarom noodzakelijk dat je goed voorbereid bent vooraleer je dit voorstel aan de andere mede-eigenaars voorlegt. Er zijn enkele sterke argumenten die kunnen helpen om tot een positief beslissingsproces te komen. Deze argumenten stel je best op in samenspraak met een laadpaalpartner, zoals Stroohm.